Se ha denunciado esta presentación.
Utilizamos tu perfil de LinkedIn y tus datos de actividad para personalizar los anuncios y mostrarte publicidad más relevante. Puedes cambiar tus preferencias de publicidad en cualquier momento.
present simple <> present continuous
present simple
Gebruik: iets is altijd / nooit / regelmatig etc, het geval
present simple
Gebruik: iets is altijd / nooit / regelmatig etc, het geval
Vorm: hele werkwoord
present simple
Gebruik: iets is altijd / nooit / regelmatig etc, het geval
Vorm: hele werkwoord
Let op: bij he / she / it  hele werkwoor...
Gebruik: iets is altijd / nooit / regelmatig etc, het geval
Vorm: hele werkwoord
Let op: bij he / she / it  hele werkwoor...
Gebruik: iets is altijd / nooit / regelmatig etc, het geval
Vorm: hele werkwoord
Let op: bij he / she / it  hele werkwoor...
present continuous
Gebruik: iets is nu bezig / nu aan de gang
present continuous
Gebruik: iets is nu bezig / nu aan de gang
Vorm: to be (am / is / are) + hele werkwoord + ing
present continuous
Gebruik: iets is nu bezig / nu aan de gang
Vorm: to be (am / is / are) + hele werkwoord + ing
present continuous
Gebruik: iets is nu bezig / nu aan de gang
Vorm: to be (am / is / are) + hele werkwoord + ing
I am doing my homework at th...
Próxima SlideShare
Cargando en…5
×

Present simple present continuous

Uitleg over het verschil tussen de present simple en de present continuous

  • Sé el primero en comentar

  • Sé el primero en recomendar esto

Present simple present continuous

  1. 1. present simple <> present continuous
  2. 2. present simple
  3. 3. Gebruik: iets is altijd / nooit / regelmatig etc, het geval present simple
  4. 4. Gebruik: iets is altijd / nooit / regelmatig etc, het geval Vorm: hele werkwoord present simple
  5. 5. Gebruik: iets is altijd / nooit / regelmatig etc, het geval Vorm: hele werkwoord Let op: bij he / she / it  hele werkwoord + S present simple
  6. 6. Gebruik: iets is altijd / nooit / regelmatig etc, het geval Vorm: hele werkwoord Let op: bij he / she / it  hele werkwoord + S I always go to school. They never come this way. We seldom do ourhomework. present simple
  7. 7. Gebruik: iets is altijd / nooit / regelmatig etc, het geval Vorm: hele werkwoord Let op: bij he / she / it  hele werkwoord + S I always go to school. They never come this way. We seldom do our homework. maar: He plays football every Saturday. She goes out on Fridays. present simple
  8. 8. present continuous
  9. 9. Gebruik: iets is nu bezig / nu aan de gang present continuous
  10. 10. Gebruik: iets is nu bezig / nu aan de gang Vorm: to be (am / is / are) + hele werkwoord + ing present continuous
  11. 11. Gebruik: iets is nu bezig / nu aan de gang Vorm: to be (am / is / are) + hele werkwoord + ing present continuous
  12. 12. Gebruik: iets is nu bezig / nu aan de gang Vorm: to be (am / is / are) + hele werkwoord + ing I am doing my homework at the moment. They are having lunch right now. She is taking the dog for a walk. present continuous

    Sé el primero en comentar

    Inicia sesión para ver los comentarios

Uitleg over het verschil tussen de present simple en de present continuous

Vistas

Total de vistas

3.241

En Slideshare

0

De embebidos

0

Número de embebidos

1.760

Acciones

Descargas

30

Compartidos

0

Comentarios

0

Me gusta

0

×