Se ha denunciado esta presentación.
Se está descargando tu SlideShare. ×

De professoren A.J.J. Van de Velde en P. Van Oye en de oprichting van het Museum voor de Geschiedenis van de Wetenschappen

Anuncio
Anuncio
Anuncio
Anuncio
Anuncio
Anuncio
Anuncio
Anuncio
Anuncio
Anuncio
Anuncio
Anuncio

Eche un vistazo a continuación

1 de 31 Anuncio

De professoren A.J.J. Van de Velde en P. Van Oye en de oprichting van het Museum voor de Geschiedenis van de Wetenschappen

Descargar para leer sin conexión

Deze voorstelling heeft het in essentie over de geschiedenis van het Museum voor de Geschiedenis van de Wetenschappen te Gent. En in onze titel verwijzen we reeds naar de professoren Van de Velde en Van Oye die zonder meer een doorslaggevende rol gespeeld hebben bij de oprichting en de evolutie van dit museum. En eerlijkheid gebied ons toe te geven dat ook wij steeds gesproken hebben over Professor AJJ Van de Velde als de stichter van het Museum voor de Geschiedenis van de Wetenschappen. Maar tijdens de voorbereiding van deze bijdrage werd het voor ons steeds duidelijker dat de eigenlijke ontstaansgeschiedenis van ons museum heel wat genuanceerder is én dat er over de jaren heen steeds opnieuw één persoon schromelijk over het hoofd is gezien.

Deze voorstelling heeft het in essentie over de geschiedenis van het Museum voor de Geschiedenis van de Wetenschappen te Gent. En in onze titel verwijzen we reeds naar de professoren Van de Velde en Van Oye die zonder meer een doorslaggevende rol gespeeld hebben bij de oprichting en de evolutie van dit museum. En eerlijkheid gebied ons toe te geven dat ook wij steeds gesproken hebben over Professor AJJ Van de Velde als de stichter van het Museum voor de Geschiedenis van de Wetenschappen. Maar tijdens de voorbereiding van deze bijdrage werd het voor ons steeds duidelijker dat de eigenlijke ontstaansgeschiedenis van ons museum heel wat genuanceerder is én dat er over de jaren heen steeds opnieuw één persoon schromelijk over het hoofd is gezien.

Anuncio
Anuncio

Más Contenido Relacionado

Similares a De professoren A.J.J. Van de Velde en P. Van Oye en de oprichting van het Museum voor de Geschiedenis van de Wetenschappen (19)

Más reciente (18)

Anuncio

De professoren A.J.J. Van de Velde en P. Van Oye en de oprichting van het Museum voor de Geschiedenis van de Wetenschappen

  1. 1. De professoren A.J.J. Van de Velde en P. Van Oye en de oprichting van het Museum voor de Geschiedenis van de Wetenschappen Kristel Wautier & Danny Segers
  2. 2. Quintyn J. B. (1966) Museumtijden Sartonia 1966(1): 16 Rector Jan Gillis Rectorengalerij © Universiteisarchief
  3. 3. Sartonia 1966(1): 1 Collectie ‘Museum voor de Geschiedenis van de Wetenschappen’
  4. 4. Mac Leod-Fonds, Gent Verslagen 1930-1937 Uitgaven van het Mac Leod-Fonds 3: 54-58 Julius Mac Leod, 1910 Collectie ‘Museum voor de Geschiedenis van de Wetenschappen’
  5. 5. ° 28 juli 1871 - Gent 17 april 1956 – Gent  I. II. III. IV. I. 1891-1899 • Leerling bij Professor Julius Mac Leod • preparator & assistent Professor Théodore Swarts • Doctor in de Natuurwetenschappen • 1897: medestichter Vlaamsch Natuur- en Geneeskundig Congres IV. 1945-1956 • Professor Emeritus Rijksuniversiteit Gent II. 1900-1925 • directeur Stadslaboratorium van Gent • leraar & directeur Hoger Instituut voor Gistingsbedrijven te Gent • docent Landbouwhogeschool van de Staat te Gent  tijdens deze periode groeit zijn voorkeur voor wetenschaps- geschiedenis III. 1925-1945 • docent & gewoon hoogleraar Rijksuniversiteit Gent Albert Jacques Joseph Van de Velde
  6. 6. Paul Herman Van Oye • ° Oostende, 24 augustus 1886 •  Gent, 11 oktober 1969 • 1905: student aan de Rijksuniversiteit Gent • 1911: promoveert tot Doctor in de Natuurwetenschappen (Dierkunde; student bij Professor Julius Mac Leod) • 1911: hulppreparator ‘Vergelijkende anatomie’ • 1912: Kandidaat in de Geneeskunde • 1915-1922: verblijf in Nederlands-Indië • 1922: 10 maanden verblijf in Belgisch Congo • 1924: Doctor in de Genees- en Verloskunde (Rijksuniversiteit Gent) • 1925: Doctor in de Tropische Geneeskunde • 1926: docent Rijksuniversiteit Gent (Dierkundige Systematiek; Dierenaardrijkskunde) • 1937: bevordering tot gewoon hoogleraar • Directeur Museum voor Dierkunde • Stichter van het tijdschrift Hydrobiologia • Medestichter van het Zuid-Nederlands Genootschap voor de Geschiedenis der Geneeskunde, Wiskunde en Natuurwetenschappen
  7. 7. Jan Baptist Gillis • ° Gent, 8 augustus 1893 •  Oostende, 25 augustus 1978 • 1913 – Kandidaat natuurwetenschappen (UGent) • WOI: gewond (Wespelaar) • Stedelijke Universiteit Amsterdam: studeert chemie • 1918: eindexamen Doctor Scheikunde (Belgische Centrale Examencommissie Le Havre) • Universiteit Gent • 1922: Doctor in de Natuurwetenschappen (Plantkunde) • Werkleider in het laboratorium van Prof. Frederic Swarts • 1923: docent (analytische scheikunde) • 1932: gewoon hoogleraar (Fac. Wetenschappen) • 1937-38: decaan Fac. Wetenschappen • 1953-1957: Rector • Wetenschapsgeschiedenis • Kekulé (Kekulé te Gent – 1959) • Baekeland (Leo Hendrik Baekeland – Verzamelde oorspronkelijke documenten – 1965)
  8. 8. Verslag van de bestuurszitting van het Mac Leod Fonds dd. 24.11.1938 Verslagboek Mac Leod Fonds – Archief ‘Mac Leod Fonds’ Collectie ‘Museum voor de Geschiedenis van de Wetenschappen’ Quintyn J. B. (1966) Museumtijden Sartonia 1966(1): 16
  9. 9. Verslag van de bestuurszitting van het Mac Leod Fonds dd. 24.11.1938 Verslagboek Mac Leod Fonds – Archief ‘Mac Leod Fonds’ Collectie ‘Museum voor de Geschiedenis van de Wetenschappen’ Mac Leod hulde dd. 05.03.1939 Collectie ‘Museum voor de Geschiedenis van de Wetenschappen’
  10. 10. Verslag van de algemene vergadering van het Mac Leod Fonds dd. 10.03.1940 Verslagboek Mac Leod Fonds – Archief ‘Mac Leod Fonds’ Collectie ‘Museum voor de Geschiedenis van de Wetenschappen’
  11. 11. Verslag van de jaarlijkse vergadering van het Mac Leod Fonds dd. 18.03.1945 Verslagboek Mac Leod Fonds – Archief ‘Mac Leod Fonds’ Collectie ‘Museum voor de Geschiedenis van de Wetenschappen’
  12. 12. Quintyn J. B. (1966) Museumtijden Sartonia 1966(1): 16 Gewone Vergadering van de Klasse der Wetenschappen op Zaterdag, 11 Januari 1941 ... Ingekomen stukken: ... b) Een brief van den Heer J. Gillis: Voorstel tot het oprichten van een Museum der Vlaamsche Wetenschap. De Klasse beslist het voorstel van den Heer J. Gillis tijdens de volgende zitting te onderzoeken en eventueel een commissie samen te stellen. ... Gewone Vergadering van de Klasse der Wetenschappen op Zaterdag, 8 Februari 1941 ... De Heer J. Gillis spreekt vervolgens over de wenschelijkheid geschriften, boeken, instrumenten, verzamelingen en dergelijke welke aan Vlaamsche geleerden toebehoorden in een "Museum der Vlaamsche Wetenschap“ onder te brengen. De tekst van dat voorstel (3) zal aan de leden der Klasse worden medegedeeld. De Klasse zal het voorstel van den Heer J. Gillis op de agenda der eerstvolgende zitting behandelen. ... Tenslotte wordt de agenda der eerstkomende zitting als volgt vastgesteld: ... e) Voorstel van den Heer J. Gillis. Bespreking en eventueele benoeming van een commissie ter voorbereiding van een Museum der Vlaamsche Wetenschap;
  13. 13. Koninklijke Vlaamse Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten - Jaarboek 1941 Gewone Vergadering van de Klasse der Wetenschappen - 08.02.1941
  14. 14. Gewone Vergadering van de Klasse der Wetenschappen op Zaterdag, 8 Maart 1941 ... Naar aanleiding van het voorstel van den Heer J. Gillis: "Bespreking en eventueele benoeming van een Commissie ter voorbereiding van een Museum der Vlaamsche Wetenschap" beslist de Klasse een Commissie samen te stellen, waarvan voorloopig zullen deel uitmaken de Heeren: J. Gillis, A.J.J. Van de Velde, H. Schouteden en W. Robyns. Deze Commissie zal een eerste samenkomst beleggen op Zaterdag, 10 Mei e.k. te 13.30 uur. ... Koninklijke Vlaamse Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten - Jaarboek 1941 Gewone Vergadering van de Klasse der Wetenschappen - 08.03.1941 Bestendige Commissie voor de Geschiedenis der Wetenschappen in Vlaamsch-België Verslag over 1941 ... Op de eerste vergadering, welke plaats had op Zaterdag 12 April 1941, werd besloten een breed opgevatte documentatie aan te leggen, met geschiedkundig karakter, in verban met de geleerden, die, in Vlaamsch-België, gebben bijgedragen tot de ontwikkeling der wetenschappen in het algemeen. Op 10 Mei 1941 werd de tweede vergadering gehouden waarop besloten werd een lijst op te maken van de beoefenaars der wetenschappen, uit Vlaamsche landstreken, welke lijst aan de leden der Commissie voor eventueele aanvulling zou overgemaakt worden. ... Verder werd de wensch uitgedrukt dat de Heer Van Oye door de Klasse der Wetenschappen zou aangeduid worden om aan de werkzaamheden der Commissie deel te nemen. ... Koninklijke Vlaamse Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten - Jaarboek 1941 Bestendige Commissie voor de Geschiedenis der Wetenschappen in Vlaamsch-België – Verslag over 1941
  15. 15. Bestendige Commissie voor de Geschiedenis der Wetenschappen in Vlaamsch-België Verslag over 1941 ... De derde vergadering, welke plaats had op 14 juni 1941, en waarop de Heer Van Oye voor de eerste maal zetelde, werd besloten de documenten welke gediend hadden voor de tentoonstelling Julius Mac Leod, in 1939, in het Peristylium der Universiteit te Gent gehouden, bijeen te brengen en deze catalogus als typisch voorbeeld voor de werking der Commissie, in een volgende vergadering voor te leggen. ... Koninklijke Vlaamse Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten - Jaarboek 1941 Bestendige Commissie voor de Geschiedenis der Wetenschappen in Vlaamsch-België – Verslag over 1941 Gewone Vergadering van de Klasse der Wetenschappen op Zaterdag, 14 Juni 1941 ... Op voorstel van den Heer A.J.J. Van de Velde wordt de "Commissie voor de Geschiedenis der Wetenschappen in Vlaamsch-België" tot een bestendige commissie opgericht. De samenstelling is als volgt: Voorzitter: A.J.J. Van de Velde, Secretaris: J. Gillis, Leden: W. Robyns, H. Schouteden, A. Van Itterbeek, P. Van Oye. ... Koninklijke Vlaamse Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten - Jaarboek 1941 Gewone Vergadering van de Klasse der Wetenschappen - 14.06.1941
  16. 16. Bestendige Commissie voor de Geschiedenis der Wetenschappen in Vlaamsch-België Verslag over 1941 ... Op het einde van het eerste jaar van de werking van de Commissie voor de geschiedenis der wetenschappen, drukken de leden de volgende wenschen uit: ... 3° Er zal gezocht worden naar de middelen om over te gaan tot de oprichting van een Museum voor de geschiedenis der wetenschap in onze Vlaamsche gewesten. … Koninklijke Vlaamse Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten - Jaarboek 1941 Bestendige Commissie voor de Geschiedenis der Wetenschappen in Vlaamsch-België – Verslag over 1941
  17. 17. Bestendige Commissie voor de Geschiedenis der Wetenschappen in Vlaamsch-België Verslag over 1942 ... Wat het Museum betreft waarin niet alleen allerlei stukken uit het leven en het werk van Vlaamsche beoefenaren der Wetenschappen zouden vereenigd worden, schijnt het wel noodig niet alleen rekening te houden met de personen die reeds in de jeugdjaren en in den studententijd tot de Vlaamsche beweging hebben behoord, en hun gansche leven aan de Vlaamsche zaak getrouw bleven, doch ook met deze, die wellicht door opportunisme vaarwel hebben gezegd, voor altijd of voorloopig, aan groepeeringen die de Vlaamsche beweging hebben bestreden, en die dikwijls in hun nieuwe streven heviger geworden zijn dan de oude Vlaamscgezinden. Ik denk dat de vijanden van de Vlaamsche beweging, uit historisch belang, ook een plaats moeten hebben in het Museum. … Er kan gesproken worden van Vlaamsche letterkunde, ook van Vlaamsche kunst; De wetenschap echter is en blijft internationaal; daarom kan er geen sprake zijn van Vlaamsche wetenschap. Maar de inrichting zelf kan Vlaamsch zijn, en daarom stel ik de benaming voor Vlaamsch Museum voor de Wetenschappen. … Van de Velde A.J.J. (1942) Bouwstoffen voor de bio-bibliographia belgica en voor een Vlaamsch Musuem voor de Wetenschappen Koninklijke Vlaamse Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten - Jaarboek 1942 Bestendige Commissie voor de Geschiedenis der Wetenschappen in Vlaamsch-België – Verslag over 1942
  18. 18. Luchtfoto Duitse militaire kazerne thv. van de huidige campus De Sterre dd. 25 augustus 1944 © Keele University, UK
  19. 19. Verslag van de algemene vergadering van het Mac Leod Fonds dd. 18.03.1945 Verslagboek Mac Leod Fonds – Archief ‘Mac Leod Fonds’ Collectie ‘Museum voor de Geschiedenis van de Wetenschappen’ Gewone Vergadering van de Klasse der Wetenschappen op Zaterdag, 12 Mei 1945 ... Ingekomen stukken: ... b) Brief van den Schepen van Openbaar Onderwijs te Gent; de zes leden van de Bestendige Commissie voor de Geschiedenis der Wetenschappen worden aangeduid om voorloopig deel uit te maken van den Beheerraad van het Vlaamsch Museum voor de Wetenschap, ondergebracht in een der zalen van de Stadsboekerij te Gent;. ...
  20. 20. Algemeen Verslag van de werkzaamheden van de Bestendige Commissie voor de Geschiedenis der Wetenschappen (Klasse der Wetenschappen) gedurende het jaar 1945 ... De oprichting van een Vlaamsch Museum voor de Wetenschappen bracht de Commissie, in de afgeloopen maanden, in hoopvolle beweging. Voorstellen van de Stad Gent, welke een lokaal ter beschikking kon stellen voor de huisvesting van dit Museum, vonden bijval in den schoot der Commissie, evenals bij de Klasse der Wetenschappen. Voorloopig evenwel is het aangeboden lokaal niet meer beschikbaar en is er een zekere stagnatie ingetreden in de onderhandelingen. De Commissie zal in ieder geval blijven ijveren voor het oprichten van een Museum voor de Wetenschappen, gelijk zij het gedaan heeft van het eerste jaar van hare stichting af. Vroeg of laat hoopt zij een Museum te zien tot stand komen, het Engelsche spreekwoord indachtig: “Where there is a will, there is a way”. ... Koninklijke Vlaamse Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten - Jaarboek 1945 Bestendige Commissie voor de Geschiedenis der Wetenschappen – Verslag over 1945 Verslag van de bestuursvergadering van het Mac Leod Fonds dd. 10.01.1946 Verslagboek Mac Leod Fonds – Archief ‘Mac Leod Fonds’ Collectie ‘Museum voor de Geschiedenis van de Wetenschappen’
  21. 21. ARTIKEL ÉÉN. – Onder de bescherming van de Klasse der Wetenschappen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schoone Kunsten van België, wordt, door de Stad Gent, een Museum voor Wetenschappen ingericht. ART. 2. – Dit museum zal ondergebracht worden in de lokalen van het Oudheidkundig Museum van de Bijloke te Gent. De Stad Gent draagt de kosten der instelling.
  22. 22. Algemeen verslag over de werkzaamheden van de Bestendige Commissie voor de Geschiedenis der Wetenschappen (Klasse der Wetenschappen) gedurende het jaar 1948 ... Verreweg de belangrijkste gebeurtenis van dit jaar was de officiële opening van het Museum, op Zondag 28 November, te Gent, ‘s ochtends te 11 uur. De Schepen van Schone Kunsten der Stad Gent, als voorzitter van de Commissie van het Museum, verwelkomde de talrijke aanwezigen en gaf lezing van de namen van de verontschuldigden. Prof. Van Oye vertegenwoordigde de Koninklijke Vlaamse Academie van Wetenschappen en Prof. Ruyssen verving de Rector der Universiteit te Gent. De belangstelling voor het tentoongestelde was groot, hetgeen een aanmoediging te meer was voor de inrichters. Een aanzienlijke hoeveelheid materiaal op het gebied der astronomie, natuurkunde, chemie, der genees- en verloskunde is in het Museum bijeengebracht. Alles kon zelfs niet tentoongesteld worden, zodat het reservemateriaal in afzonderlijke lokalen, niet toegankelijk voor het publiek, moest worden verzameld. … De feestrede werd gehouden door Prof. AJ.J. Van de Velde, als voorzitter van de Commissie der Academie: … Het lokaal is niet groot genoeg om de ingewanden van ons kind in een logische orde te brengen en op normale wijze te rangschikken. Dit kan alleen gebeuren als men over plaats genoeg beschikt om echte standen in te richten. Maar dat is werk voor de toekomst. …. Gillis J. (1948) Koninklijke Vlaamse Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten - Jaarboek 1948
  23. 23. Algemeen verslag over de werkzaamheden van de Bestendige Commissie voor de Geschiedenis der Wetenschappen (Klasse der Wetenschappen) gedurende het jaar 1949 ... a) Vergadering van de Commissie van het Museum te Gent op 5 Februari 1949. – Onder voorzitterschap van de Heer Schepen Verhelst werd een eerste vergadering gehouden van de Commissie voor het Museum, waarop de Bestendige Commissie der Kon. Vl. Acad. verwelkomd werd en o.m. de vraag besproken van het beschikbaar stellen, voor het Museum voor de Geschiedenis der Wetenschappen, door de Stad Gent, van ruimere lokalen. b) Bezoek aan het Museum, ondergebracht in de lokalen van het Museum van de Byloke te Gent. – (…) De veel te beperkte ruimte – talrijke toestellen konden niet worden tentoongesteld – werd evenwel door alle aanwezigen beschouwd als een hinderpaal tot de verdere uitbreiding van het Museum, voor hetwelk er nog veel materiaal beschikbaar is. Het voorstel van Schepen Verhelst om nog dezelfde dag een ander lokaal te bezichtigen, palende aan het Museum voor Schone Kunsten verenigde de volledige instemming van alle leden der Commissie. …. d) Bezoek aan de nieuwe lokalen, voorgesteld door de Heer Schepen Verhelst. – Ofschoon zij nog steeds verkeerden in de erbarmelijke toestand, die het gevolg was van de laatste oorlogsgebeurtenissen, bleek het dadelijk dat er zich, in de aangeboden lokalen van de Hofbouwlaan, palende aan het Museum voor Schone Kunsten, mogelijkheden voordeden gunstig voor een degelijke ontplooiing van het Museum voor de Geschiedenis der Wetenschappen. De aanwezige leden betuigden eenparig hun instemming met het overbrengen van het Museum naar deze lokalen, zodra zij in behoorlijke staat gebracht zijn. … Gillis J. (1949) Koninklijke Vlaamse Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten - Jaarboek 1949
  24. 24. Uitnodigingskaart – ‘Museumarchief’ Collectie ‘Museum voor de Geschiedenis van de Wetenschappen’
  25. 25. Eerste zaal van het Museum met het standbeeld van Ferdinand Verbiest ‘Museumarchief’ Collectie ‘Museum voor de Geschiedenis van de Wetenschappen’ Derde zaal van het Museum met de verzameling Désiré Van Monckhoven ‘Museumarchief’ Collectie ‘Museum voor de Geschiedenis van de Wetenschappen’ Tweede zaal van het Museum met herinneringen aan Jan Palfyn, Pieter Minckelers en Julius Mac Leod ‘Museumarchief’ Collectie ‘Museum voor de Geschiedenis van de Wetenschappen’
  26. 26. ‘Museumarchief’ Collectie ‘Museum voor de Geschiedenis van de Wetenschappen’
  27. 27. Brief uit naam van het College van Burgemeester en Schepenen (Stad Gent) aan het Ministerie van Openbaar Onderwijs d.d. 13.12.1954 ‘Museumarchief’ Collectie ‘Museum voor de Geschiedenis van de Wetenschappen’ Brief van Dhr. Baetslé R., Directeur van het Stadslaboratorium, aan Prof. A.J.J. Van de Velde dd. 27.12.1954 ‘Museumarchief’ Collectie ‘Museum voor de Geschiedenis van de Wetenschappen’
  28. 28. Brief aan Prof. A. Hacquaert, Schepen dd. 07.11.1955 ‘Museumarchief’ Collectie ‘Museum voor de Geschiedenis van de Wetenschappen’ ‘Museumarchief’ Collectie ‘Museum voor de Geschiedenis van de Wetenschappen’ Buitenverblijf van Prof. A.J.J. Van de Velde te Merelbeke (Klokhof) Collectie ‘Museum voor de Geschiedenis van de Wetenschappen’
  29. 29. Verslag Gemeenteraadszitting dd. 26.4.1961 Collectie ‘Universiteitsarchief - UGent’
  30. 30. Brief uit naam van het College van Burgemeester en Schepenen aan Dhr. Rector van de Universiteit Gent, dd. 22.03.1962 Collectie ‘Universiteitsarchief - UGent’
  31. 31. Verhuis naar Korte Meer - ‘Museumarchief’ Collectie ‘Museum voor de Geschiedenis van de Wetenschappen’

Notas del editor

  • Ik wil het vandaag in essentie hebben over de geschiedenis van het Museum voor de Geschiedenis van de Wetenschappen te Gent. En in onze titel verwijzen we reeds naar de professoren Van de Velde en Van Oye die zonder meer een doorslaggevende rol gespeeld hebben bij de oprichting en de evolutie van dit museum. En eerlijkheid gebied ons toe te geven dat ook wij steeds gesproken hebben over Professor AJJ Van de Velde als de stichter van het Museum voor de Geschiedenis van de Wetenschappen. Maar tijdens de voorbereiding van deze bijdrage werd het voor ons steeds duidelijker dat de eigenlijke ontstaansgeschiedenis van ons museum heel wat genuanceerder is én dat er over de jaren heen steeds opnieuw één persoon schromelijk over het hoofd is gezien.
  • Ik wil dan ook starten met dit chronologisch overzicht opgenomen in het eerste nummer van Sartonia, daterend uit 1966. En inderdaad, op één na komen alle hoofdrolspelers in dit overzicht aan bod. Gezien de titel van deze bijdrage zal het niet verwonderen dat hierbij de namen Albert Jacques Joseph Van de Velde, beter gekend als AJJ Van de Velde, en Paul Van Oye als eerste vallen. Maar het verhaal van het Museum voor de Geschiedenis van de Wetenschappen draait niet alleen rond deze twee personen. Aan de hand van dit chronologisch overzicht wil ik door middel van trefwoorden ook al Julius MacLeod, de Koninklijke Vlaamse Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten, de Stad Gent en de Rijksuniversiteit Gent vermelden. Maar de belangrijkste persoon in de geschiedenis van het Museum voor de Geschiedenis van de Wetenschappen, de instigator, ontbreekt op dit overzicht: Professor Jan Gillis.
  • En dan rijst, gezien het thema van deze studiedag, uiteraard de vraag: en hoe zit het dan met George Sarton? Wel, eigenlijk heb ik vandaag bitter weinig te vertellen over George Sarton. Hoewel het oude mededelingenblad van het Museum voor de Geschiedenis van de Wetenschappen de naam ‘Sartonia’ kreeg en zijn beeltenis geregeld het eerste blad siert; hoewel het Museum voor de Geschiedenis van de Wetenschappen de trotse eigenaar is van het prototype voor de Sartonmedaille, komt de persoon van George Sarton niet rechtstreeks voor in het verhaal van het museum. Het ontstaan van dit museum heeft evenwel alles te maken met de ideologische nalatenschap van Sarton’s grote protagonist Julius MacLeod.
  • Het verhaal van het Museum voor de Geschiedenis van de Wetenschappen start met de MacLeod hulde die op 5 mei 1929 plaatshad in de Aula van de Universiteit Gent. Dit huldebetoon had blijkbaar een surplus aan financiële middelen in het laatje gebracht en er werd beslist deze overgebleven fondsen aan te wenden voor het oprichten van een fonds. Dit fonds zou de publicatie van wetenschappelijk werk ondersteunen of zelf onderzoeksresultaten publiceren. Op 3 februari 1930 wordt het Mac Leod fonds opgericht met in het bestuur afgevaardigden van de Koninklijke Vlaamse Academie, waaronder Prof. AJJ Van de Velde, van het Natuurwetenschappelijk genootschap Dodonaea, waaronder Prof. Van Paul Van Oye en drie leden van het Vlaamsch Natuur- en Geneeskundig Congres. Binnen het dagelijks bestuur treden de professoren Van de Velde en Van Oye reeds op het voorplan, respectievelijk als ondervoorzitter en secretaris. Het is in de schoot van dit fonds dat, vanuit de ideologie van Julius Mac Leod, in 1938 voor het eerst het idee naar voor zal worden geschoven een museum voor wetenschapsgeschiedenis op te richten.
  • Vooraleer we dit verhaal meer in diepte gaan bekijken, wil ik even stilstaan bij de hoofdrolspelers in dit verhaal. Eén van de namen die we steeds weer zullen tegenkomen is Professor Albert Jacques Joseph Van de Velde. Professor Van de Velde werd op 28 juli 1871 te Gent geboren en overleed er op 17 april 1956. Hij studeerde er aan het Atheneum. In grote lijnen kan zijn academische carrière in vier perioden ingedeeld worden. De eerste periode strijkt zich uit van 1891 tot 1899. In deze periode was Van de Velde student bij Professor Julius Mac Leod, fungeerde als preparator en assistent op het scheikundig laboratorium bij Professor Théodore Swarts en studeerde af als doctor in de natuurwetenschappen. In 1897 was hij één van de stichters van het Vlaamsch Natuur- en Geneeskundig Congres. Tussen 1900 en 1925 was hij werkzaam als directeur van het Stadslaboratorium van de Stad Gent. Daarnaast was hij leraar en directeur van het Hoger instituut voor gistingsbedrijven, beter gekend als de brouwerijschool en werd hij aangesteld als docent aan de landbouwhogeschool van de Staat te Gent. Het is ook in deze periode dat hij aanvangt met de studie van de wetenschapsgeschiedenis. In 1925 wordt hij aangesteld als docent aan de Rijksuniversiteit waar hij tot aan zijn emeritaat in 1945 zal blijven doceren. Bij zijn overlijden in 1956 had Professor Van de Velde niet minder dan 628 publicaties op zijn actief staan.
  • Professor Paul Van Oye is afkomstig van Oostende, waar hij geboren werd op 24 augustus 1886. Hij volgde er middelbaar onderwijs aan het Koninklijk Atheneum. In 1905 schrijft hij zich in aan de Rijksuniversiteit te Gent, waar hij in 1911 promoveert tot Doctor in de Natuurwetenschappen. Hetzelfde jaar nog gaat hij aan de slag als hulppreparator voor de cursus Vergelijkende Anatomie. Eén jaar later, in 1912 studeert hij af als Kandidaat in de Geneeskunde. Tussen 1915 en 1922 verblijft hij in Nederlands Indië, gevolgd door een verblijf van 10 maanden in Belgisch Congo. Na zijn terugkeer naar België studeert hij in 1924 af als Doctor in de Genees- en verloskunde, in 1925 gevolg door een Doctoraat in de Tropische Geneeskunde. Aansluitend hierop wordt hij 1926 benoemd tot docent aan de Rijksuniversiteit van Gent, waar hij in 1937 bevordert tot gewoon hoogleraar. We kennen Professor Van Oye onder meer als directeur van het dierkunde museum van de universiteit, maar eveneens als stichter van het tijdschrift Hydrobiologia. Hij was ook medestichter van het Zuid-Nederlands Genootschap voor de Geschiedenis der Geneeskunde, beter gekend als Zuid-Gewina.
  • Jan Gillis wordt te Gent geboren op 8 augustus 1893. Hij verblijft er nagenoeg zijn gehele jeugd bij zijn grootouders en studeert er aan het Koninklijk Atheneum. Hij vervolledigt zijn middelbare studies te Antwerpen, maar keert voor zijn universitaire studies terug naar Gent. In 1913 studeert hij af als kandidaat in de Natuurwetenschappen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog raakt hij gewond te Wespelaar. Via een militair hospitaal slaagt hij er in de grens met Nederland over te steken wij hij scheikunde gaat studeren aan de Stedelijke Universiteit van Amsterdam. In 1918 behaalt hij het eindexamen Doctor in de Scheikunde via de Belgische Centrale Examencommissie in Le Havre. Vier jaar later, in 1922, studeert hij af als Doctor in de Natuurwetenschappen aan de Universiteit Gent, waar hij reeds werkzaam was op het platkundige laboratorium van Professor De Bruyne. Zijn academische carrière vangt hij echter aan als werkleider op het scheikundig laboratorium van Professor Frederic Swarts. In 1923 wordt hij aangesteld als docent aan de Universiteit Gent, waar hij in 1932 benoemd wordt tot gewoon hoogleraar. Tijdens het academiejaar 1937-38 is hij decaan van de Faculteit Wetenschappen en tussen 1953 en 1957 is hij rector van de universiteit. We kennen Professor Gillis onder meer van zijn wetenschapsgeschiedkundige publicaties met betrekking tot Friedrich August Kekulé en Leo Hendrik Baekeland.
  • Als ik nu even teruggrijp op het chronologisch overzicht uit Sartonia, dan zien we dat als eerste mijlpaal in de geschiedenis van ons museum de datum 24 november 1938 opgenomen is, met de vermelding dat het Mac Leod Fonds de oprichting van een Museum ‘Professor Julius Mac Leod’ wenst. Het idee voor een dergelijk museum moet op basis van het verslag van de bestuurszitting op datum van 24 november 1938 gekaderd worden binnen de voorbereiding voor de Mac Leod hulde die zal plaatsvinden op 5 maart 1939, die uitvoerig tijdens deze vergadering besproken wordt. In dit verslag lezen we inderdaad dat Professor Gillis de oprichting van een dergelijk museum voorstelt. Ik citeer: ‘Gillis stelt voor een Mac Leod museum in te richten. Dit idee vindt veel bijval maar men ziet de mogelijke praktische verwezenlijking niet in.’ De volgende mijlpaal op ons chronologisch overzicht is 8 maart 1941, maar in de tussentijd zit het Mac Leod Fonds niet stil en tracht te allen tijde de nagedachtenis en het ideeëngoed van Mac Leod en de droom van een Mac Leod Museum levendig te houden.
  • Zo neemt het Mac Leod fonds inderdaad actief deel aan de Mac Leod hulde op 5 maart 1939. Er wordt reeds in 1938 afgesproken dat het fonds een tentoonstelling zal organiseren gedurende de week van de herdenking. Het bestuur van het Mac Leod Fonds is, bij vertegenwoordiging door Prof. AJJ Van de Velde, ook nadrukkelijk aanwezig tijdens de inhuldiging van het borstbeeld van Professor Mac Leod; een werk van de hand van de kunstenaar Theo Soudeyns.
  • Ook op de algemene vergadering van zondag 10 maart 1940 komt deze Mac Leod hulde nog uitvoerig aan bod. Zo interpelleert Professor Gillis met de vraag naar een inventaris van de tentoongestelde stukken, zodat deze kan opgenomen worden in de publicaties van het fonds. Maar belangrijker in het kader van ons verhaal is de volgende paragraaf: ‘Aan den beheerder der universiteit zal gevraagd worden het oude aanwezigheidsregister waarop Mac Leod steeds tekende te willen afstaan voor het Mac Leod museum’. Het is duidelijk dat het Mac Leod fonds, in volle oorlogsperiode, het idee voor het oprichten niet alleen levendig houdt, maar reeds concreet denkt aan het uitbouwen van een collectie voor dit museum.
  • De algemene vergadering van het Mac Leod Fonds op datum van 10 maart 1940 was de laatste officiële samenkomst gedurende de oorlogsperiode. Het gezelschap pikte pas op 18 maart 1945 de draad weer op, met een samenkomst in het laboratorium van Professor Van Oye. Zoals neergeschreven in het verslag van deze samenkomst achtte het dagelijks bestuur het wenselijk zich, gedurende de lange en droevige jaren der bezetting van alle werkzaamheid te onthouden. Ditzelfde bestuur beslist de draad op te nemen als had de periode 1941 – 1944 niet plaats gevonden. Ik citeer: ‘Het dagelijks bestuur meent thans dat dit tijdperk van stilzwijgen als dood zou kunnen worden beschouwd’. Gezien deze beslissing tot inactiviteit, is het dan ook niet verwonderlijk dat de verdere ontstaansgeschiedenis van het Museum voor de Geschiedenis van de Wetenschappen zich naar een ander platform heeft verlegt.
  • Deze verschuiving is ook duidelijk weergegeven op ons chronologisch overzicht uit Sartonia. Volgens dit overzicht is de volgende mijlpaal in de geschiedenis van dit museum 8 maart 1941, wanneer de Koninklijke Vlaamse Academie van België overgaat tot de oprichting van een commissie om het stichten van een Museum voor de Geschiedenis van de Wetenschappen te bestuderen. De verslagen van de Klasse der Wetenschappen, opgenomen in de jaarboeken van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten nuanceren deze stelling enigszins. Reeds op de vergadering van 11 januari 1941 plaatst Professor Jan Gillis, per briefwisseling, het oprichten van een Museum der Vlaamsche Wetenschap op de agenda van de Klasse der Wetenschappen. Het onderwerp wordt echter verdaagd naar de eerstvolgende zitting. Deze vindt plaats op 8 februari 1941. Professor Gillis spreekt de aanwezigen toe, maar het onderwerp wordt wederom verdaagd naar de volgende zitting evenals de eventuele benoeming van een comissie ter voorbereiding van een Museum der Vlaamsche Wetenschap. De tekst van het betoog van Professor Gillis wordt eveneens in bijlage bij het verslag opgenomen.
  • In zijn betoog roept Professor Gillis de Klasse der Wetenschappen op om over te gaan tot het verzamelen van allerhande documentatie met betrekking tot vlaamse geleerden, maar ook om op zoek te gaan naar de middelen om materiaal te verzamelen in voorbereiding van de oprichting van een museum. Hij spiegelt zich daarbij onder meer aan het Museum der Vlaamse Letterkunde. Hij benadrukt verder dat zijn voorstel enkel de vraag inhoudt een commissie op te richten die als taak heeft een lijst op te stellen van documenten met betrekking tot relevante Vlaamse wetenschappers.
  • En dus gaat de Klasse der Wetenschappen tijdens haar vergadering van 8 maart 1941 over tot het samenstellen van een dergelijke commissie met als leden onder meer de Professoren Gillis en Van de Velde. Bovendien wordt ook een datum vastgesteld voor de eerste samenkomst van deze commissie, namelijk 10 mei 1941.
    Maar zoals blijkt uit het jaarverslag voor 1941 van deze commissie blijkt dat de leden reeds op 12 april 1941 voor het eerst samenkwamen en alvast van start gaan met het aanleggen van een documentaire collectie. Op 10 mei volgt dan de tweede samenkomst waarbij uitdrukkelijk de wens wordt uitgesproken de commissie uit te breiden met Professor Paul Van Oye.
  • De volgende vergadering van deze commissie valt samen met de gewone vergadering van de Klasse der Wetenschappen, op 14 juni 1941. De commissie grijpt terug op de tentoonstelling die het Mac Leod Fonds in 1939 organiseerde in het kader van de Mac Leod hulde. De documenten die toen werden verzameld zullen als typisch voorbeeld voor de werkwijze van de commissie fungeren. Dit mag getuigen van de continuïteit tussen de activiteiten van het Mac Leod fonds en de activiteiten binnen de Academie, met als spilfiguur en grote instigator Professor Jan Gillis. Gelijktijdig wordt door de gewone vergadering beslist deze commissie een bestendig karakter te verlenen en het bestuur verder uit te breiden.
  • De Bestendige Commissie voor de Geschiedenis der Wetenschappen in Vlaamsch-België sluit haar eerste werkjaar af met het formuleren van enkele ambitieuze doelstellingen, waaronder niet in het minst het zoeken van middelen voor de oprichting van een museum!
  • Het officiële verslag van het werkjaar 1942 van de bestendige commissie toont duidelijk aan dat deze commissie, grotendeels samengesteld uit leden van het Mac Leod Fonds, ook onder de auspiciën van de academie handelt vanuit het ideeëngoed van Julius Mac Leod. Uit dit extract mag duidelijk zijn dat de Vlaamse strijd ook binnen deze commissie hoog op de agenda staat. Desalniettemin besluit de commissie dat de wetenschap een internationaal gegeven is en er dus geen sprake kan zijn van een Vlaamsche wetenschap. De inrichting zelf, daarentegen, kan wel Vlaams zijn en daarom stelt de bestendige commissie als mogelijke benaming voor het museum voor gebruik te maken van de naam Vlaamsch Museum voor de Wetenschappen.
  • Deze afbeelding heb ik enkel ingesloten om even in herinnering te brengen dat de hiervoor besproken ontwikkelingen in de ontstaansgeschiedenis van het Museum voor de Geschiedenis van de Wetenschappen zich afspelen in volle oorlogsperiode. We zien dan ook dat de activiteiten van de bestendige commissie in deze periode zich voornamelijk beperken tot het verder verzamelen van documentaire gegevens, het opstellen van informatiefiches en het opstellen van publicaties.
    Dit is trouwens een luchtfoto van militaire gebouwen, onder Duitse bezetting, op de terreinen van de huidige Campus De Sterre, daterend uit augustus 1944.
  • We pikken de draad terug op 18 maart 1945, op de jaarlijkse algemene vergadering van het Mac Leod Fonds. Op deze vergadering deelt de toenmalige voorzitter van het Mac Leod Fonds, Professor AJJ Van de Velde, mee dat de Stad Gent de leeszaal van de oude Universiteitsbibliotheek in de kapel van de voormalige Baudelo-kapel in 1947 ter beschikking zal stellen voor het inrichten van een museum ter nagedachtenis van Mac Leod en andere Vlaamse geleerden.
    Deze ontwikkeling wordt verder onderschreven door een brief van de Schepen van Openbaar Onderwijs aan de Klasse der Wetenschappen van de Academie, waarin aangegeven wordt dat de zes leden van de bestendige commissie voorlopig deel zullen uitmaken van de beheerraad van het Vlaamsch Museum voor de Wetenschap. Het oprichten van een nieuw museum staat onomstotelijk op de agenda van de Stad Gent.
  • De vreugde is echter van korte duur. Zo lezen we in het jaarverslag van de bestendige commissie dat het aangeboden lokaal in de oude universiteitsbibliotheek niet langer beschikbaar is en de onderhandelingen met de Stad Gent zijn stilgevallen.
    Een gelijkaardige verhaal treffen we aan in het verslag van de bestuursvergadering van 10 januari 1946 van het Mac Leod Fonds. De voorziene zalen zijn inderdaad niet langer beschikbaar, maar er zou een alternatief zijn. Dankzij de medewerking van Dhr. Noé, bestuurder van het Museum voor Oudheidkunde, zou een ruimte in de gebouwen van de Bijlokeabdij ter beschikking gesteld worden.
  • Op 11 maart 1946 is het dan eindelijk zover: de Stad Gent keurt tijdens de gemeenteraad de stichting en de statuten van een museum voor wetenschappen goed. We lezen in deze statuten dat dit museum door de Stad Gent wordt opgericht onder de bescherming van de Klasse der Wetenschappen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten van België. Het zal gefinancierd worden door de Stad Gent en ondergebracht worden in de lokalen van het Oudheidkundig Museum. Over de inhoudelijke verhaallijn valt uit de statuten niets af te leiden.
  • Hoe dan ook op zondag 28 november om elf uur ‘s morgens wordt het Museum voor de Geschiedenis der Wetenschappen plechtig geopend. Tijdens deze openingsplechtigheid vertegenwoordigt Professor Van Oye de academie en wordt de feestrede, een uitvoerige feestrede, uitgesproken door Professor AJJ Van de Velde, als voorzitter van de bestendige commissie van de academie. Maar ondanks de feestelijke sfeer klinkt reeds een dreigende ondertoon in de rede van Professor Van de Velde. Reeds bij de opening van het museum wordt men geconfronteerd met het eeuwige probleem van elk museum: plaatsgebrek. Professor Van de Velde legt hier reeds zonder blikken of blozen de vinger op de wonde. Ik citeer: “Het lokaal is niet groot genoeg om de ingewanden van ons kind in een logische orde te brengen en op normale wijze te rangschikken. Dit kan alleen gebeuren als men over plaats genoeg beschikt om echte standen in te richten. Maar dat is werk voor de toekomst.”
  • Amper enkele maanden later, tijdens de eerste vergadering van de Commissie voor het Museum op 5 februari 1949, komt dit probleem reeds op tafel te liggen. De leden van de bestendige commissie van de academie peilen naar de mogelijkheid te beschikken over ruimere lokalen. Bij een aansluitend bezoek aan het bezoek zijn alle leden van de museumcommissie het eens dat de veel te beperkte ruimte een hinderpaal is voor de verdere uitbreiding. Schepen Verhelst stelt dan ook voor nog dezelfde dag een bezoek te brengen aan het Museum voor Schone Kunsten, waar er blijkbaar aanpalende lokalen ter beschikking zouden zijn. Deze lokalen vertoonden echter nog de sporen van oorlogsschade, maar boden desalniettemin potentieel. Er werd dan ook éénparig ingestemd met de overbrenging van het museum eens deze lokalen hersteld waren.
  • En zo opent op 10 december 1950 het museum opnieuw de deuren in de achtergebouwen van het Museum voor Schone Kunsten. Het museum wordt ingewijd door de Schepen van Schone Kunsten, Deheer Verhelst.
  • Het museum bestond op deze nieuwe locatie uit drie zalen. De eerste zaal van het museum werd gedomineerd door het impossante beeld van Pater Ferdinand Verbiest. De tweede zal haalt herinneringen op aan Jan Palfijn, Pieter Minckelers en aan Julius Mac Leod. In de derde zaal van het museum werd de verzameling met betrekking tot Desiré Van Monckhoven tentoongesteld.
  • En hoewel het Museum voor de Geschiedenis van de Wetenschappen in de ogen van buitenstaanders leek ‘opgenomen’ in het Museum voor Schone Kunsten, en de conservator van het MSK ook optrad als conservator van het Museum voor de Geschiedenis van de Wetenschappen, was er in realiteit toch een ‘scheiding van de machten’. Getuige hiervan deze ietwat komische brief van De Heer Paul Eeckhout, de conservator van het MSK, aan de Technische Dienst van de Stad Gent met de vraag een elektrische bel te plaatsen, zodat Professor Van de Velde het personeel van het MSK kan verwittigen indien hij iets nodig zou hebben. Immers de deur naar het MSK was gesloten en daarvan had Professor Van de Velde geen sleutel…
  • Maar ook op deze nieuwe locatie dook het aloude probleem van plaatsgebrek al vrij vlug op! Getuige hiervan deze twee brieven uit 1954. Midden december 1954 maakt het College van Burgemeester en Schepenen gretig van de gelegenheid gebruik om het Ministerie van Openbaar Onderwijs te wijzen op de sterke groei van de collectie. Het ministerie had een werkingsverslag gevraagd naar aanleiding van de Staatstoelage. In de rand van dit verslag wordt in één adem vermeldt dat, ik citeer: “gemiddeld 500 voorwerpen het museum jaarlijks komen verrijken, zodat de verzamelingen dienen overgebracht naar ruimere lokalen in de St. Pietersabdij, waardoor natuurlijk bijzondere kosten zullen ontstaan. Enkele dagen later ontvangt Professor Van de Velde de plattegronden van deze lokalen in de Sint Pietersabdij.
  • Ondertussen is de gezondheid van Professor Van de Velde aanzienlijk achteruitgegaan, hetgeen zijn taken als beheerder van het museum ernstig belemmerd. Eind 1955 is hij, wegens hartproblemen, aan bed gekluisterd en is op Dhr. Bernard, de secretaris van de Museumcommissie aangewezen op contact met het museum te onderhouden. Professor Van de Velde overlijdt op 17 april 1956. Hij zal in zijn taken ten overzien van het museum worden opgevolgd door zijn zoon Professor Jean-Jacques Albert Van de Velde.
  • Begin jaren 1960 wordt een breekpunt bereikt. Op de gemeenteraadszitting van 26 april 1961 trekt punt 9 op de agenda onze aandacht. Dit punt titelt: ‘Advies over de aanvraag van Professor Emeritus Doctor Van Oye om het Museum voor de Geschiedenis der Wetenschap in de lokalen van de Universiteit onder te brengen’. Blijkbaar was Professor Van Oye, na het overlijden van Professor JJA Van de Velde aangesteld om de lopende zaken te behartigen. Van Oye is zich echter ook bewust van de precaire toestand waarin het museum zich bevindt.
  • Op 22 maart 1962 richt het College van Burgemeester en Schepenen zich opnieuw tot de rectorale overheid van de Universiteit Gent om het nijpend tekort aan bergruimte aan te kaarten. Zij voegen er onverwijld aan toe dat de Stad Gent zelf niet over een alternatieve ruimte beschikt en wijzen op de suggestie van Professor Van Oye. Ik citeer: “ Teneinde enerzijds deze aktiviteiten niet te remmen en het museum toe te laten zich uit te breiden, en anderzijds gelet op het strikt wetenschappelijk karakter er van ingaande op de suggestie van de heer Professor van Oye, hoofdbewaarder, durven wij nogmaals aandringen opdat uw instelling de zorg van dit museum zou willen overnemen.”
  • Op 7 oktober 1964 wordt het museum officieel overgenomen door de universiteit. En zo verhuist het museum nog maar eens: ditmaal naar de Korte Meer, een locatie in het centrum van de Stad. En dat dit niet altijd zonder slag of stoot gebeurt mogen deze foto’s duidelijk maken. Het museum wordt op deze nieuwe locatie ingewijd op 29 oktober 1965 en open verklaard door de toenmalige minister van Nationale Opvoeding, Minister Van Bogaert en krijgt de nieuwe benaming ‘Museum voor Wetenschap en Techniek’. Het zal evenwel niet de laatste verhuis zijn. Het Museum voor Wetenschap en Techniek sluit in 1994 de deuren, om in 1995 op de huidige locatie op de Campus De Sterre onder haar oude benaming Museum voor de Geschiedenis van de Wetenschappen opnieuw de deuren te openen. Nu de plannen voor een ééngemaakt universiteitsmuseum aan de Universtiteit Gent stilaan concreet worden, staat het museum in de toekomst meer dan waarschijnlijk nog maar eens een verhuis te wachten. En bij die noot wil ik afsluiten en ik dank u voor uw aandacht.

×